Door Profielfoto van Theo van Meijel Theo van Meijel

De verkiezingen komen eraan, en dat betekent dat de debatten losbarsten. Het gaat veel over migratie, de woningmarkt en bestaanszekerheid. Belangrijke thema's die veel mensen direct raken. Maar één cruciaal onderwerp wordt angstvallig weinig besproken: digitalisering. Dit is opmerkelijk, want de impact en de afhankelijkheid van digitale systemen en wetgeving nemen razendsnel toe.

Ondernemers in een complex digitaal doolhof

De laatste jaren is de digitale druk op Nederlandse bedrijven enorm gestegen. Nieuwe, complexe wetgeving vanuit de EU en de Nederlandse overheid volgen elkaar in rap tempo op. 

Bedrijven worden geconfronteerd met een toenemend aantal wetten die hun bedrijfsvoering strakker reguleren, wat leidt tot aanzienlijke administratieve en technische lasten. Zo dwingt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) hen tot het beschermen van persoonsgegevens en het melden van datalekken. Daarnaast stellen de NIS2-richtlijn en de Digital Services Act (DSA) strenge eisen aan cyberbeveiliging en de transparantie van online platforms, met de verplichting om snel te reageren op incidenten en illegale content. Verder dwingt de AI Act tot een risico-gebaseerde aanpak van kunstmatige intelligentie, waarbij bedrijven extra documentatie moeten leveren voor hoog-risico systemen. Tot slot eist de Europese Toegankelijkheidswet (EAA) dat digitale producten en diensten, zoals websites en apps, toegankelijk zijn voor iedereen, inclusief mensen met een handicap. Al deze wetgeving vergt van bedrijven dat ze hun processen en systemen continu aanpassen om aan de regels te voldoen.

Deze genoemde verordeningen en wetten hebben als doel om een grotere digitale veiligheid te waarborgen voor bedrijven en burgers. Tegelijkertijd geeft dit wel nieuwe vraagstukken. Want hoeveel zijn we eigenlijk bereid om te investeren in een grotere digitale veiligheid? Of je het met de wetgeving eens bent of niet, de implementatie ervan is voor veel bedrijven best wel een worsteling. Zeker als de kaders niet duidelijk zijn.

Het is dan ook extra verontrustend om te zien hoe de overheid ook zelf worstelt met haar eigen digitale systemen. Verouderde IT bij bijvoorbeeld de Belastingdienst zorgt ervoor dat zelfs simpele aanpassingen, zoals een BTW-verlaging op groente en fruit, enorme problemen veroorzaken. Daarnaast voldoet slechts 47% van de overheidswebsites aan de toegankelijkheidseisen (Bron: NOS).

Een ander zorgwekkend voorbeeld is de afhankelijkheid van Amerikaanse big-tech, zoals de recente keuze van de Belastingdienst voor Microsoft. In tijden van geopolitieke spanningen is dit een strategisch risico, aangezien de Amerikaanse overheid via de Cloud Act toegang kan eisen tot data of zelfs systemen kan laten uitzetten.

Een duidelijke digitale koers is nodig

Het is hoog tijd dat het politieke debat over digitalisering de diepte ingaat. Als digitalisering al benoemd wordt in de verkiezingsprogramma’s, blijft het erg oppervlakkig. Het gaat hier niet alleen om de regels, maar ook om het scheppen van een duidelijke visie en het benutten van de enorme kansen.

Een schot voor de boeg:

  1. Wat als de overheid zich bijvoorbeeld ten doel zou stellen om vanaf 2030 alleen nog maar digitaal te communiceren met burgers en bedrijven? Dat zou een enorme stroomversnelling in gang kunnen zetten! 
     
  2. Een ander idee is dat de politiek (al dan niet in Europees verband) een duidelijke koers gaat bepalen hoe we digitaal autonomer kunnen worden ten opzichte van Amerika en China. Dat betekent dat we onze strategische positie moeten vaststellen op het gebied van omgang met grondstoffen, chips, AI, cloud en software ontwikkeling.
     
  3. Regelgeving zou ook specifieker ingezet kunnen worden waardoor kosten en baten in balans zijn. Neem bijvoorbeeld de Europese AI-verordening (AI Act). Die stelt zware eisen aan ‘hoog-risico’ AI-systemen, waaronder software die beslissingen ondersteunt in technische of veiligheidskritische processen. In theorie zou zelfs een eenvoudige AI-functie die bouwdocumenten automatisch labelt of tekeningen classificeert, kunnen worden aangemerkt als ‘hoog-risico’, omdat deze onderdeel is van een bouwproces. Dat leidt tot uitgebreide verplichtingen rond risicobeoordeling, transparantie en datakwaliteit, terwijl het systeem in feite niets anders doet dan bestanden ordenen. De kosten voor naleving zijn dan onevenredig hoog vergeleken met het beperkte risico.
     
  4. Tot slot is het wellicht een idee dat we een ministerie voor digitalisering hebben. Dit ministerie richt zich enerzijds op onze strategische positie ten opzichte van data autonomie en anderzijds op het realiseren van succesvolle IT projecten bij de overheid. Volgens hoogleraar beleidsinformatica Hans Mulder slaagt 30 procent van de projecten, de grote projecten slechts 7 procent. Het toont aan dat de grootste verbeterkansen niet altijd in nieuwe regels liggen, maar in beter uitvoerbaar beleid en een effectievere realisatie van digitale projecten.

Laat je reactie achter!

Welke digitale uitdaging zie jij als de grootste prioriteit voor de komende regering? Laat het ons weten via onderstaand formulier. De resultaten zullen we snel publiceren op de website!

Welke digitale uitdaging heeft volgens jou de grootste prioriteit? Laat het ons weten! 

Blijf op de hoogte

via onze nieuwsbrief